Henk Rijckaert: dertiger, leraar, comedian. Na een mislukte carrière in de wetenschap (waarover je meer kan lezen op www.henkrijckaert.be) waagt Henk zich aan improvisatietheater. Sinds jaren is hij één van de Lunatics. De lach van een publiek blijkt een gevaarlijke drug. Henk wil meer, gaat als comedian aan de slag en doet dit niet onsuccesvol. Met zijn eerste voorstelling 'De Duif' haalt hij in 2002 meteen de finale van het Humorologieconcours. In 2005 sleept hij op datzelfde concours de publieksprijs én de persoonlijkheidsprijs in de wacht met 'Het Vergrootglas'. Henk legt de lat steeds hoger: op 22 en 23 september 2006 gaat zijn eertse avondvullende theaterprogramma 'Loebas' in première. Een mooi vooruitzicht en een prima aanleiding voor een interview met de comedian met de bakkebaarden.
Dertig graden celcius, binnenstad Gent, Gentse Feesten. Henk, vandaag babysitter, neemt Wittenond en de kinderen van de buren op sleeptouw. We trekken naar de oude Sint Baafs site alwaar 'Bataclan' zijn woonwagens heeft neergepoot. We nestelen ons in een strandstoel in een streepje schaduw van een circustent en na een ijsje worden the kids in het zwembad gedropt. Tussen kleine kinderdrama's, het bewonderen van Gili's nieuwe schoenen en het oppeuzelen van frisse watermeloen door slagen we er min of meer in een gesprek te voeren en dat werd nog interessant ook.
Hoe staat het met de try-outs en voorbereidingen van 'Loebas'?
“Het schrijven is bijna rond. Het is even moeizaam gegaan en ik had redelijk wat schrik dat het niet meer zou lukken: een typische case van writer's bloc. Gedurende twee, drie maanden kwam er niks meer uit mijn pen. Dan onstaat er paniek, je bent zo ongelofelijk hard aan het zoeken dat er helemaal niets meer komt. Pas op het moment dat je "foert" zegt en alles laat liggen, komt de inspiratie terug. Zo heb ik dan toch een goede invalshoek gevonden om het verhaal af te ronden. Het is altijd wachten op het laatste sluitstuk. Dat is een beetje het tegenovergestelde van puzzelen: een keer je de rand gelegd hebt, is het moeilijkste gebeurd. Bij het schrijven van een stuk is het andersom: als je de rand getekend hebt, zit je vast in het middenstuk.”
Je laat je coachen door Dimitri Desmyter. Bij 'Het Vergrootglas' deed je alles zelf. Waarom nu een coach?
“Het Vergrootglas is op twee en half jaar stelselmatig gegroeid. Het begon met een kwartier waar altijd een beetje bij kwam, zoals dat gaat bij alle stand-up acts die op café gespeeld worden. Met 'Loebas' daarentegen was het de bedoeling om van nul te beginnen en op een jaar tijd een afgeronde voorstelling te schrijven. Ik denk niet dat ik dat op mijn eentje zou kunnen. Mijn coach zit ten eerste vooral achter mijn lurven. Daarbij komt dat je dankzij een coach de allereerste try-out kan overslaan waardoor je vermijdt dat je slecht materiaal staat te spelen voor een publiek Een coach helpt je gewoon om er sneller de bullshit van tussen te knippen. Het is soms heel pijnlijk om dat zelf te doen, zeker als je dagen hebt zitten werken aan een stuk dat achteraf slecht blijkt te zijn. Met Dimi werkt dat goed: hij is heel streng maar eerlijk, zoals een coach moet zijn. Zo gaat het allemaal beter vooruit omdat je sneller knopen doorhakt en dingen weggooit.”
In 'Loebas' zit een duidelijke verhaallijn, in tegenstelling tot 'Het Vergrootglas' dat meer uit aparte fragmentjes stand-up bestond. Ben je bewust op zoek gegaan naar een afgerond geheel?
“Dat was meteen de bedoeling. Ik vind het zelf het leukste om te kijken naar een voorstelling waar een kop en een staart aan zit en waarin dingen terugkeren. Als je er een verhaal insteekt, krijg je bovendien een ander tempo van humor. Je kan er veel meer variatie in brengen en bijvoorbeeld met personages werken. Dat kan in pure stand-up ook wel, maar je moet een veel hoger tempo maken. Ik vind het bijvoorbeeld lastig om naar een uur stand-up te luisteren waarin de ene clou na de andere komt. Een verhaal daarentegen laat toe dat je af en toe gas terugneemt. Je kan er ook liedjes insteken, dat zijn schone rustpunten. Die liedjes wou ik er in bij wijze van experiment. Het is de eerste keer dat ik echt hard gewerkt heb aan nummers en eenmaal ze klaar zijn, hoeven ze niet getryout te worden. Als het metrum klopt, de strofes kloppen, het rijmschema en de melodie klopt, zijn ze af. Ik heb eigenlijk vooral iets gemaakt waarin ik kan spelen met dynamiek en variatie en waarvan ik zelf zou zeggen “da's geestig”.”
Wat vind jij het belangrijkste in een comedy-voorstelling: het materiaal of de verpakking, manier waarop iemand het brengt?
“Een beetje van beide. Alles staat of valt natuurlijk met de persoon die het vertelt, sowieso. Ja kan de beste mop van de wereld verkloten gewoon door hem ongelofelijk slecht te vertellen. En omgekeerd ook. Zo zijn we onlangs gaan kijken naar Wouter Deprez' 'War' en er zitten flauwe mopkes in die voorstelling, maar hij brengt ze met zo'n ongelofelijke overtuiging dat je hem het niet kwalijk neemt. Wouter is een heel goede verteller, het toonvoorbeeld van een samenwerking van de twee, want je kan niet blijven slechte moppen staan verkopen natuurlijk. Dus het materiaal moet ook wel van een bepaald niveau zijn. Die twee dingen kan je niet los van elkaar zien. Daarom ook dat niemand jouw materiaal beter kan spelen dan jijzelf. Je moet er zelf helemaal inzitten. Een goeie cover spelen is verschrikkelijk moeilijk. Zoals die Crazy Comedy Cover Contest (een wedstrijd georganiseerd tijdens het Comedy zone festival in februari 2006 in de Minard, Gent waarin Vlaamse comedians een komisch stuk naar keuze coverden, nvdr) Die covers zijn altijd heel tof, maar kunnen bijna nooit naast het origineel liggen. Alhoewel, sommige dingen misschien wel. Gunter Lamoot (die een stuk van Eddie Izard coverde, nvdr) heeft dat bijvoorbeeld heel straf aangepakt, maar hij heeft er dan ook zijn eigen ding van gemaakt. Hertekamp (die 'Creatief met kurk' naspeelden, nvdr) was ook heel straf.”
De laatste tijd is er veel te doen rond comedy. De woorden 'Comedy Boom' vallen regelmatig in de pers. Wat denk jij daarover? Is het een tijdelijk of blijvend fenomeen?
“Dat is koffiedik kijken. In ieder geval beginnen er veel gasten mee. Er zijn het laatste jaar een stuk of twintig, dertig van een nieuwe lichting bijgekomen. Dus uiteindelijk is op een jaar tijd de populatie van comedians bijna verdubbeld. Of ze allemaal even goed, zal moeten blijken, want iedereen heeft wel zijn goeie en zijn slechte momenten. Het zal er een beetje van af hangen hoe hardnekkig ze allemaal zijn, hoe lang ze het volhouden en hoe zeer dat ze het willen. Het voordeel is, hoe meer mensen er mee bezig zijn, hoe meer speelmogelijkheden er komen en hoe meer speelmogelijkheden, hoe sneller ze kunnen groeien. De enige manier om het echt onder de knie te krijgen is niet door achter uw computerke te zitten, maar op een podium te springen en te spelen. Dus hoe meer ze kunnen spelen, hoe sneller ze een deftig niveau kunnen halen. Het zal zichzelf wel uitwijzen.”
Merk je in je eigen carrière dat de verhoogde media-aandacht een positieve impuls heeft?
“Bwah, op tv komen is zo dubbel. Ik sta er eigenlijk nooit voor te springen. Langs de ene kant is het goed om met je smoel op tv te komen. Het is goede reclame, met één keer spelen bereik je, als het een beetje meezit, 200 000 man. Daarvoor moet je al behoorlijk wat zalen doen. Het nadeel is dat het nooit overkomt zoals in een zaal. Dat is typisch en ook logisch: dingen die gemaakt zijn om in een zaal te spelen, werken in om het even welk tv-format niet. Ik weet niet wat uiteindelijk het effect is van een paar keer op tv te komen. Het enige dat je misschien kan hopen is dat het in de mensen hun onderbewustzijn blijft hangen en dat er een belletje gaat rinkelen als ze je naam op een affiche zien staan. Maar een tv-carrière najagen is absoluut mijn bedoeling niet. Ik hoop er alleen wat meer volk mee naar de zaal te lokken.”
Geeft TV geen verkeerd beeld van wat een comedian doet in de zaal? Wat Wim Helsen bijvoorbeeld in Comdey Casino brengt, is absoluut niet representatief voor zijn theaterprogamma.
“Dat kan inderdaad zwaar tegenvallen. Ik vond het heel tof wat Helsen in Comedy Casino deed. Maar als je er niet voor bent en het is de eerste keer dat je hem ziet, maakt dat inderdaad een verkeerde, negatieve indruk. Gisteren kwam ik iemand tegen die Nigel Williams eens op TV had gezien en dacht dat hij een halfbakken Geert Hoste was, maar als er iemand het tegenovergestelde is van Geert Hoste dan is het Nigel wel. Je moet dus heel voorzichtig zijn met wat je precies doet op tv. Zolang het in dienst staat van wat je in een zaal doet, is het ok.”
Kan tv de grote doorbraak betekenen voor een comedian of zijn er andere/belangrijkere kanalen?
“Ik denk dat bij iedereen het verhaal anders in elkaar zit. Dat Wouter Deprez zeven keer de Capitole (zaal in Gent, nvdr) uitverkoopt, heeft veel te maken met het televisieprogramma de 'Slimste Mens' waarin hij het acht afleveringen volhield. Wim Helsen heeft zijn populariteit te danken aan zijn vele optredens in Nederland. Hij heeft daar een enorme fanbase opgebouwd en iedereen spreekt in superlatieven over Wims voorstellingen. Dan pas is het overgewaaid naar hier. Bij Nigel Williams is het door op iedere bierbak te springen waar er op te springen valt. Het is in elk geval geen slechte zaak als je dingen op tv komen. Ik herinner me nog dat ik tien jaar geleden Geert Hoste op tv zag en dacht “Wauw een Vlaming die doet wat ze in Nederland al jaren doen, da's fantastisch”. Hoe meer het op TV komt, hoe sneller mensen geneigd zijn naar een zaalvoorstelling te gaan. Dat moet nog groeien hier. In Nederland is het een gewoonte om in het weekend eens naar een comedian te gaan kijken.”
“Maar uiteindelijk is de beste manier om reclame te maken nog altijd spelen en zoals Gili het zegt: 'fans pakken één per één'. Gewoon de mensen raken en hopen dat ze veel vrienden hebben en veel reclame maken. De mond aan mond reclame is de meest soliede, maar ook de traagste. Ik heb geduld. Ik speel nu het voorprogramma van Wim Helsen en dat is betere reclame dan met uw smoel op tv te komen. Wim speelt bijna altijd voor uitverkochte zalen dus speel ik ook voor 400 mensen die mij nog nooit gezien hebben, wat fantastische promotie is voor mijne winkel.”
Tijdens de Gentse Feesten is het comedy-aanbod enorm groot. Is er geen overaanbod?
"Op de Gentse Feesten sowieso; maar ik denk niet dat er voor de rest een overaanbod is. Nu op de Gentse Feesten is het echt zot, te veel. Je merkt dat de voorstellingen maar half uitverkopen. Dat ligt natuurlijk ook een beetje aan het weer, zelfs een beetje veel. Mensen hebben geen zin om binnen te gaan zitten als het zo ongelofelijk schoon weer is en het te warm is."
Is het moeilijker om mensen aan het lachen te krijgen bij tropische temperaturen?
“Ja dat is zo. Ik heb nu twee keer in zo'n verschrikkelijke warmte gespeeld en deze week zal het hetzelfde zijn. Je begint aan je normale tempo denkende “warm of niet we gaan die mensen hier een avond geven waar ze plezier aan hebben”. Maar het publiek reageert helemaal anders: ze lachen wel, maar het is zo “hè ...... hè”. Ik denk dat er een fysische grens is van lachtemperatuur. Bij een bepaalde temperatuur hebben mensen zoiets heeft van “jaja, t'is vree grappig, maar laat maar zitten”. Ze reageren gewoon veel trager. Normaal speel ik een uur. Onlangs heb ik een uur en tien minuten gespeeld met hetzelfde materiaal. Ik moest mij omwille van de warmte aanpassen aan het tempo van het publiek. Nu snap ik waarom het theaterseizoen in de zomer stil ligt. Het is ten eerste te warm om binnen te kruipen en ten tweede is het gewoon te warm om te lachen.”
Nochtans zijn er heel veel lach- en humorfestivals in de zomer. Ook op muziekfestivals is het tegenwoordig de mode om comedy te programmeren.
“Dat is gevaarlijk want soms wordt er echt verkeerd geprogrammeerd. Organisators denken soms: “ooh t'is een braderie, we gaan er een stand-up comedian op smijten”. Maar dat werkt niet. Dat is het gevaar van die Comedy Boom: iedereen wil een stukske van de koek. Er wordt comedy op de affiche gezet omdat het populair is. Op Dranouter daarentegen hebben ze die traditie: er is een theatertent die verduisterd kan worden en de voorstellingen vinden plaats als er niet gesoundcheckt wordt. Er zijn een aantal voetregels die moeten voldaan zijn voor een comedy-optreden. Ten eerste moet de locatie verduisterd en afgesloten zijn zodat mensen niet afgeleid worden door andere dingen. Ten tweede moet er een goede licht- en geluidsinstallatie voor handen zijn: het publiek moet je kunnen horen en zien. Gelijkaardige toestanden doen zich voor in jeugdhuizen. Ze programmeren comedy op “de 48 uur van het jeugdhuis”. Dan sta je te spelen in een café waar de helft van het publiek zit te babbelen en dat werkt niet. Voor sommige stand-uppers kan dat misschien wel, maar niet als je een verhaal wilt vertellen. Mensen moeten daarvoor redelijk geconcentreerd zijn. Je hebt echt een afgesloten dozeke nodig, het publiek naar jou gericht en met oogkleppen op.
Sommige mensen denken “jaa t'is animatie, t'is gelijk ne clown, t'is ne keer wat anders hé.” Die boeken je dan voor een familiefeest of een barbecue. Ik vind wel dat je dat allemaal moet gedaan hebben om dan te weten dat je het nooit meer moet doen. Het maakt je ook wel een beetje harder zodat je zekerder op het podium staat.”
Je bent nu nog comedian in bijberoep. Reiken je ambities verder? Zou je er je kost mee willen verdienen?
“Ik geef graag les, al is het wel eens frustrerend. Maar eerlijk gezegd ligt mijn ambitie en mijn grootste plezier in die comedy-toestanden. Als ik mij voltijds met comedy kan bezig houden kan dat alleen maar de kwaliteit ten goede komen. Vanaf dit schooljaar ga ik dan ook deeltijds les geven.”
Wij van Wittenond zijn benieuwd wat dat gaat geven! Vanaf 22 september kan je alvast van Henks nieuwe show proeven. Zijn speelkalender vind je op www.bisprodukties.be of op www.henkrijckaert.be